T2. Digitale informatie

Je leert hoe een computer allerlei soorten informatie opslaat.

Hulpmiddelen

We gebruiken in deze module de volgende tools:

  1. Informatica Actief

Presentaties & Oefeningen

Deel 1:

Deel 2:

Oefeningen

Informatica Actief, module informatie digitaal

Deel 1:

  1. Onderwerp 2: Bits en Bytes (alleen theorie 1 t/m 5)
  2. Onderwerp 3: Talstelsels: decimale en binaire getallen (alleen theorie 1 t/m 9)

Verdieping (geen toetsstof):

  1. Onderwerp 4: Rekenen met binaire getallen (alleen theorie 1 t/m 5)
  2. Verdieping 2: andere getallen (alleen theorie 1 t/m 5)

Deel 2:

  1. Onderwerp 1: Digitale afbeeldingen, pixels met kleur (alleen theorie 3 t/m 6)
  2. Onderwerp 6: Verschillende soorten afbeeldingen (alleen theorie 1 t/m 12)
  3. Onderwerp 8: Digitale informatie in bestanden (alleen theorie 1 t/m 5)
  4. Onderwerp 5: Digitale tekst en standaardisering (alleen theorie 1 t/m 9)
  5. Onderwerp 7: Bewegend beeld en geluid (alleen theorie 1 t/m 7)

Leerdoelen voor de toets

  1. Je kunt uitrekenen uit hoeveel bits of bytes een kilobyte, megabyte, gigabyte of terabyte bestaat, en hoeveel combinaties je ermee kunt maken.
  2. Je kunt het verschil tussen de klassieke (binaire) en SI-eenheden voor kilo-, mega-, giga- en terabyte uitleggen en berekenen.
  3. Je kunt binaire getallen omzetten naar decimale getallen en andersom.
  4. Je kunt binaire getallen omzetten naar hexadecimale getallen en andersom.
  5. Je kunt decimale getallen omzetten naar hexadecimale getallen en andersom.
  1. Je kunt uitleggen hoe het RGB-kleurenmodel en het CMYK-kleurmodel werken, je kunt de verschillen tussen beide kleurmodellen benoemen en je kunt de modellen gebruiken om (simpele) kleuren te maken en kleuren te herkennen in binair, RGB en HEX codes.
  2. Je kunt uitleggen hoe plaatjes worden opgeslagen door een computer, en uitrekenen hoeveel opslag een afbeelding inneemt op basis van de resolutie en kleurmodel.
  3. Je kent de betekenis van het begrip resolutie en het verband met de schermgrootte om detail weer te geven.
  4. Je kunt uitleggen en berekenen wat er gebeurd met de bestandsgrote bij het vergroten, verkleinen en bijsnijden van afbeeldingen.
  5. Alleen vwo: Je weet dat interpolatie nodig is voor het vergroten en vekleinen van afbeeldingen, en kunt de volgende technieken uitleggen: nearest neighbour, bilinear en bicubic.
  6. Je kunt uitleggen wat een bestandsformaat/extensie is en waar deze voor dient
  7. Je kent verschillende bestandsformaten voor plaatjes (bmp, jpg/jpeg, png, webp, svg en gif) en de eigenschappen waarin ze van elkaar verschillen.
  8. Je kunt aangeven welk bestandsformaat voor plaatjes het best geschikt is voor een beschreven situatie.
  9. Je weet wat de verschillen zijn tussen ASCII, Unicode en UTF-8 en kunt uitleggen hoe ze tekst digitaliseren.
  10. Je kunt uitleggen hoe geluid wordt opgeslagen door een computer en kunt rekenen met en toelichten wat sample rate en bitdiepte betekenen.
  11. Je kunt uitleggen hoe video wordt opgeslagen door een computer en kunt rekenen met en toelichten wat frames per second betekenen.
  12. Je kan de basis van video compressie uitleggen.
  13. Je kunt uitleggen wat compressie is aan de hand van voorbeelden (tekst, geluid, plaatjes en video) en bestandsformaten (JPG, PNG, WEBP, UTF-8, MP3 en video compressie) en je kent het verschil tussen lossless en niet-lossless compressie.
  14. Alleen vwo: Je kunt een Huffman encoding uitvoeren op basis van een stukje tekst.

Oefentoets

Een oefentoets voor deze module staat in Woots .

Oud materiaal